De monnik en de wolf

Zomaar een weiland,
Wolken wisselen met zonneschijn,
De wind speelt met het wuivende gras,
Het gezoem van een insect piepklein,

Een wijze monnik en een wolf,
Urenlang zitten ze al daar,
Twee uiterst tegengestelden,
Maar toch horen ze bij elkaar,

Soms zijn we de wijze monnik,
De persoon die het heel goed weet,
Soms de grommende wolf,
Door de omstandigheden gemeen en wreed,

Het een kan niet zonder het ander,
In elke mens wonen ze allebei,
Er rest alleen een vraag,
Naar welke kant neig jij?