Eendagsvlieg

Een eendagsvlieg deed zijn ogen open,
De zon kwam over de rand gekropen,
Het landschap baadde in een rode gloed,
De kleine vlieg bekeek alles goed,

Vogels zongen hun mooiste lied,
In de wei stond een margriet,
Vliegje voelde hoe zijn lijf verwarmde,
Alsof pure liefde hem omarmde,

Een knorrige bromvlieg vloog voorbij:
“Wat overdreven vrolijk ben jij!”
Als antwoord schonk vliegje een lach,
“Ik leef immers maar één dag”

De kleine vlieg genoot van elk moment,
Hij heeft alleen maar geluk gekend,
Alles zag hij als één groot avontuur,
Zijn leven was een wonder der natuur,

Aan de dag was een eind gekomen,
De zon verdween achter de bomen,
Vliegje bedacht dat hij alles wilde geven,
Als hij nog een keer een dag mocht leven.