Pascalleke

De ruimte ruikt naar een mengeling van schoonmaakmiddel, zweet en parfum.
Rijke kunstverzamelaars, journalisten en een enkele weetgraag die stiekem de zaal binnen wist te sluipen, iedereen brandt van nieuwsgierigheid over hoe dit af gaat lopen.
Het is zo stil dat je een speld kunt horen vallen, geen geschuifel, geen kuchjes, alleen doodse stilte.
Vooraan, op het podium, in het volle licht staat het object waar het vanmiddag om gaat, een klein lijstje met een doek vol gekleurde streepjes.
‘7.400.000 euro, wie biedt er meer dan 7.400.000,’ roept de veilingmeester.
Stilte…

Juni 1641, een benauwde dag, in de lucht hangt onweer, dat is duidelijk.
Buiten praten mensen, een paardenkar trekt voorbij en heel in de verte blaft een hond.
De wereld binnen is compleet anders, in het kleine kamertje hangt een sfeer van sereniteit.
Flesjes, potjes, grote spalters, minipenseeltjes, de geur van verf en heel veel doeken.
Stofdeeltjes dansen in het licht dat door een klein raam naar binnen valt.
De pootjes van Pascalleke Parkiet hebben alle kleuren van de regenboog.
Hij hipt een paar stappen achteruit, draait zijn kopje en bekijkt het doek dat hij zojuist eigenhandig heeft gevingerverfd, of beter gezegd, eigenpotig geteenverfd.
Rood, groen, geel, blauw en iets wat een beetje paarsig is.
Voor een eerste keer ziet het er niet verkeerd uit, Pascalleke is er best tevreden over.
Hij denkt aan zijn baasje, nou ja, baasje, eigenlijk is “beste vriend” een betere benaming.
Samen hebben ze al zoveel meegemaakt, goede- en slechte tijden.
Jarenlang zat Pascalleke op zijn schouder, soms vrolijk kwekkerend, maar ook vaak met een hoofd vol zorgen.
De armoede, de schulden, de opdrachten, de vroeggeboortes van de kinderen en uiteindelijk ook de dood van de vrouw van zijn baasje.
Ondanks alles hebben ze zich samen altijd goed staande weten te houden.
Op het moment is er een grote opdracht binnengekomen.
Pascalleke staart naar het enorme doek dat in de hoek van de ruimte staat. Hij heeft toegekeken hoe uit een ruwe schets mannen, een hond en een meisje geboren werden, steeds fijner uitgewerkt, tot ze uiteindelijk zo levensecht waren dat ze bijna uit het schilderij zouden kunnen stappen.
‘Een meesterwerk,’ denkt hij met zijn kleine kopje. ‘Dit meesterwerk gaat ons voor altijd uit de schulden halen…’

Langzaam opent de krakende, houten deur.
‘Dag Pascalleke, dag kleine vriend, ik ben thuis, klinkt een vertrouwde stem.’
Met een grote tas vol nieuwe schildersspullen stapt zijn baasje binnen.
Pascalleke gaat op het doek zitten dat hij zojuist zelf had beschilderd.
‘Heb je dat voor mij gemaakt?’ roept de man verbaasd wanneer hij het doek ziet liggen.
‘Twiet,’ antwoordt Pascalleke.
‘Wat een prachtige verassing! Wat ben je toch een bijzonder parkietje!’
Pascalleke hipt op zijn schouder en wrijft met zijn kopje tegen zijn wang.
‘Kijk eens, ik zal er onze namen onder zetten. De schilder pakt een penseel en schrijft in keurige letters: ‘Pascalleke & Rembrandt’.

‘7.400.000 euro, een maal, ander maal…’
‘Ik biedt 7.500.000,’ roept een man achter in de zaal.
‘7.500.000, iemand meer…’
Met een plof knalt de houten hamer neer op het bureau.
‘Pascalleke, verkocht aan Taco Dibbits, we wensen u veel plezier met uw aankoop.’
Door de zaal klinkt een luid applaus.