Archie O’Loog

‘Mooie aanzet… Huntelaar is aan de bal… Huntelaar… Huntelaar…’ Hard galmt de stem van de voetbalcommentator door de woonkamer. De gordijnen zijn half gesloten, het enige licht in de bedompte ruimte komt van het televisiescherm en een oude, bruine schemerlamp met kwastjes. Op de salontafel ligt een half lege zak chips.
‘Greet, pak nog eens een biertje voor me uit de koelkast!’ commandeert Rinus zijn vrouw.
De versleten bank kraakt onder het plompe gewicht dat hij dagelijks te verduren krijgt.
‘Doe het zelf!’ snauwt ze terug. ‘Vanmiddag ga je de tuin omspitten! Die eeuwige rommel ben ik beu! Hoor je me? Ik wil een gazon en vrolijke plantjes!
Haar man haalt zijn schouders op. Waarom moet ze toch altijd zo moeilijk doen? Als ze zo nodig planten wil kan ze toch ook gewoon van die plastic dingen halen? Die hoeven tenminste niet te worden onderhouden, scheelt voor hem ook weer een hoop gedoe.
Even later start de auto, Greet is kwaad, maar dat is ze wel vaker. Ze zal wel weer naar Bep, haar zus gaan.

Rinus heeft een bijzonder, niet zo alledaags beroep, hij is een fainéant en niet zomaar een, nee, hij ondersteund grote bedrijven, bedrijven als de chipsfabriek, de bierbrouwer en de snackfabriekant. Mede dankzij hem hebben voetballers een goedbetaalde baan, immers, als niemand naar de wedstrijden kijkt is het snel afgelopen. Jammer dat de uitkeringsinstantie hem niet wat meer investeringsgeld wil geven, aan het einde van de maand komt hij telkens tekort. Gelukkig kan hij soms in het zwart een beetje bijverdienen als smartlapzanger in de plaatselijke kroegen.

Met zijn rechter arm schuift hij het zware gordijn een stukje opzij. Tussen het metershoge onkruid dat in de achtertuin groeit staat een man met een metaaldetector. Wat heeft die vreemde vent op zijn terrein te zoeken?
Loom hijst hij zichzelf omhoog. Een afdruk van zijn lichaam blijft achter in de vettige stof van de bank.
Niemand heeft het ooit geprobeerd, maar ik weet zeker dat er een standbeeld zou verschijnen, wanneer je een emmertje gips in de kuil van de bank zou gieten.

‘Wie ben je en waar ben je mee bezig?’ gromt Rinus tegen de man met de metaaldetector.
De man is al op leeftijd. Hier en daar begint zijn haar te grijzen. Hij draagt een bril en een hoed. Naast hem ligt een open koffertje met allemaal kwastjes en vergrootglaasjes.
‘Ach, sorry, sir, i am totaly vergeten om me voor te stellen,’ vertelt de man met een Engels accent. ‘My name is Archie, Archie O’Loog.’ hij doet zijn handschoen uit om een hand te kunnen geven, maar Rinus negeert het.
‘I do onderzoek naar de invloed van de Romijnse culture in this area,’ vervolgt hij zijn verhaal.
Dit moet Rinus even verwerken. Omdat hij niet zo vaak denkt duurt het een tijdje voor zijn hersenen op gang zijn.
‘Heb je al iets van die cultuur Romeinen gevonden?’ vraagt hij na een paar seconden.
Archie lacht. ‘O yes. Youre garden is een schatroom.’
‘Weet je dat zeker?’ Nu is hij vol aandacht.
‘Yes, kijk maar, deze munten heb ik een paar centimeter onder de aarde gevonden, it’s a lot of money.’
Archie opent een klein doosje. Drie dikke, goudkleurige munten schitteren in het zonlicht.
Rinus kan zijn ogen niet geloven. Al die tijd lag het geld gewoon voor het oprapen in zijn achtertuin! Waarom had hij dat niet eerder geweten? De voetbalwedstrijd is hij op slag vergeten. Snel haalt hij een schop uit het schuurtje en begint vervolgens woest om zich heen te spitten. Kluiten aarde vliegen door de lucht.
Normaal gesproken is hij principieel tegen werken, of andere nuttige, inspannende activiteiten, maar nu maakt hij graag een uitzondering. Het eerste dat hij straks gaat doen als hij rijk is, is een vakantie naar Spanje boeken, lekker bijkomen onder een palmboom bij een zwembad. Het vooruitzicht alleen al maakt dat dit de moeite waard is.

Aan het einde van de middag is de voormalige onkruidjungle volledig omgewoeld.
Zacht legt Greet een hand op de rug van haar man. ‘Wat ben je druk bezig lieverd.’
‘Ik ben naar een schat aan het zoeken,’ hijgt hij, terwijl hij met een zakdoek het zweet uit de diepe plooien van zijn veel te dikke nek veegt.
Greet grinnikt. ‘En heb je al veel gevonden?’
‘Nee, alleen wat verroeste bierdopjes die we na de barbecue niet meer op hebben geruimd, maar het geld komt wel. We worden rijk, mega rijk!’
‘Graaf jij dan nog maar even lekker door.’ Ze loopt naar Archie en geeft hem een schouderklopje. ‘Bedankt hè Toon.’
‘Toon?! Die man heet geen Toon!’ roept Rinus verbaasd.
Greet schatert het uit. ‘Jawel hoor, dit is Toon, de buurman van mijn zus. Hij doet aan toneel en vandaag wilde hij uittesten in hoeverre hij iemand kan laten geloven dat hij een archeoloog is.’