De vlieger

Een stevige, frisse bries blaast over de kale, stoffige vlakte, het is echt merkbaar dat de winter in aantocht is.
Nour rent een stukje achter de vlieger aan. Van de kou die in de lucht hangt merkt hij niks. Hij geeft een flinke ruk aan het touw, waardoor de vlieger een scherpe bocht naar rechts maakt en rakelings over de grond scheurt.
Verschrikt springt Dounia, zijn buurmeisje opzij.
‘Geen zorgen, ik heb je gezien,’ lacht Nour.
‘Je bent goed!’ vindt ze.
Hij voelt hoe zijn wangen rood kleuren en om het niet te laten merken doet hij net of hij die opmerking niet heeft gehoord en te druk bezig is met het spel.
Het is een bijzondere vlieger, Nour heeft hem zelf gemaakt, een project waar hij veel tijd in heeft gestopt. Volgens de andere jongens is het de snelste van de hele stad. Diep vanbinnen is hij daar wel een beetje trots op, maar dat zegt hij natuurlijk niet.
De zon staat al wat lager, waardoor de zwarte bergen in de verte nog donkerder lijken, als reuzen die in het landschap liggen te slapen.
Met een handige beweging laat Nour het touw ronddraaien, terwijl de wind de vlieger steeds verder omhoog, richting de zachte sluierwolkjes tilt.
‘Hoe zou het daarboven zijn?’ vraagt hij zich hardop af.
‘Als je zo hoog bent kun je overal overheen kijken,’ antwoordt Dounia. ‘Je ziet dan in één oogopslag alle huizen en alle mensen. Je ziet welke kramen er op de markt staan zonder te moeten zoeken en de doolhofstraatjes waarin de nieuwkomers weleens verdwalen zijn opeens geen doolhof meer maar een platte grond.’
‘Daar heb je gelijk in, het zou inderdaad veel dagelijkse problemen op kunnen helderen.’ vindt Nour.
‘Heb jij je er ook weleens bij stilgestaan dat als we rondlopen we maar een klein stukje van de wereld zien?’ gaat Dounia verder. ‘Hier, op de vlakte valt het nog mee, maar in de smalle steegjes is ons blikveld zo klein dat we bijna vergeten dat daarbuiten nog veel meer is.’
Nour staart naar de vlieger.
‘Nu ik er zo over nadenk, denk ik dat dat juist het probleem is,’ mompelt Dounia, meer tegen zichzelf.
‘Wat?’ wil Nour weten.
‘Nou, dat mensen alleen kunnen horen en zien wat in hun eigen blikveld, hun belevingswereld gebeurt. Doordat iedereen iets anders ziet, geeft ook iedereen zijn eigen betekenis aan de dingen.
Verbaasd kijkt Nour zijn buurmeisje aan. ‘Jij denkt echt ver na.’ De wind speelt met haar donkere krullen en opeens ziet ze er door haar serieuze blik en de schemerige lichtinval een stuk wijzer en volwassener uit dan de tien levensjaren die ze telt.
‘In ons land wonen veel mensen met verschillende achtergronden en al die groepen hebben hun eigen mening over van alles en nog wat. Wat voor de een goed voelt kan voor de ander heel fout zijn. Dat komt omdat niemand de gehele waarheid kent, tenzij hij letterlijk overal boven staat’
‘Bedoel je dan dat we iedereen aan een vlieger moeten binden?’ grinnikt Nour.
‘Nou…’ antwoordt Dounia, terwijl ze met haar wijsvinger tegen haar mond tikt. ‘Zo zou je het ongeveer kunnen zeggen. Je kunt je wereldbeeld vergroten, maar daar is wel wilskracht voor nodig.’
‘O, ja en wat moet ik dan doen?’ Nour laat zich achterover op de koude, harde grond vallen.
‘Heel simpel, je moet met mensen in gesprek gaan. Vraag eens aan iemand van een andere groep hoe hij ergens over denkt en waarom dat zo is, je zult merken dat je een heel verrassend antwoord krijgt.’
Zachtjes beweegt Nour met het touw, een grote kei prikt in zijn rug, waardoor hij een stukje gaat verliggen. ‘Als dat de oplossing is, waarom doen we dat dan niet?’ mompelt hij.
‘Omdat mensen te veel vasthouden aan hun eigen gedachten en ideeën en in het ergste geval hun eigen trots. Bijna iedereen denkt dat hij de beste regering, of het beste geloof, of de beste leider, of de beste voetbalclub of de beste ideeën of de beste… nou ja, wat dan ook volgt. Soms gaat dat zover dat ze vinden dat anderen dat ook moeten doen. Punt is, dat als je goed nadenkt je ontdekt dat er geen “beste” bestaat.
Zolang je uit vrije wil een stroming volgt die respect heeft voor de de mening van een ander is er geen goed of fout.
Ruzie en oorlog zijn vreselijke wereldproblemen, maar de oplossing is simpel, het enige dat we moeten leren is praten, maar nog belangrijker, luisteren.
Wie ruzie maakt schreeuwt, wie stil is luistert en in die stilte ligt de sleutel naar begrip.
We moeten proberen om net als jouw vlieger, het grote geheel te zien en te zoeken naar elkaars overeenkomsten in plaats van verschillen. Proberen om dichterbij elkaar te komen in plaats van verder weg.’
‘Oke, juffertje wijsneus…’
Dounia giechelt. ‘Noem jij me nu “juffertje wijsneus””
‘Ja, dat ben je wel een beetje.’
‘Oké, dankje voor het compliment.’
‘Het was geen compliment.’
Dounia prikt hem in zijn zij.
‘He, niet doen!’

Een tijd lang houdt Nour zijn ogen strak gericht op het gekleurde, dansende stipje hoog boven hem.
‘Als we naar overeenkomsten moeten zoeken, wat is dan volgens jou de grootste overeenkomst tussen iedereen?’ vraagt hij na een tijdje.
‘Weet je dat echt niet?’ ze klinkt alsof hij niet weet dat één plus één twee is.’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Noem me dom, maar ik weet het echt niet.’
‘De grootste overeenkomst is dat we allemaal mensen zijn en we zijn allemaal op zoek naar een bepaalde balans waarin we gelukkig kunnen zijn. Iedereen doet dat op zijn eigen manier. Als we dat voor ogen houden en het elkaar gunnen is het grootste probleem opgelost.’
Intussen is de wind gaan liggen, waardoor de vlieger zachtjes naar beneden dwarrelt. Nour ziet hoe aan het donkerste gedeelte van de hemel de eerste ster fonkelt. ‘Dat vind ik een heel goed idee. Zullen wij daar vanaf nu mee beginnen?’
Dounia knikt. ‘Dat doen we.’