Wie ben ik?

Zonnestralen schitteren als kleine diamantjes in het donkere, moerachtige water van het bosven.
Vanaf een lelieblad buigt Live zich een stukje voorover. Ze glimlacht naar haar tweelingzusje dat haar vanuit de diepte aanstaart.
‘Hallo’. Even zwaait ze.
De schim zwaait terug.
‘Jij kunt het wel goed met jezelf vinden hé,’ lacht Beatle.
‘Tuurlijk,’ antwoordt Live. ‘Het zou niet goed zijn als ik “mezelf” niet leuk zou vinden. “Mezelf” is de enige persoon die ik altijd en overal mee naartoe neem en ik kan er nooit aan ontsnappen.’
‘Daar heb je helemaal gelijk in, met “jezelf” kun je maar beter vriendjes blijven.’

Ze draait zich op haar buik en ondersteunt haar hoofd in haar handen.
Voorzichtig tikt ze het water aan.
Kleine, zachte rimpeltjes vertroebelen de reflectie.
‘Wie ben ik eigenlijk?’ mompelen haar lippen bijna onhoorbaar.
‘Dat is een goede vraag,’ vindt Beatle. ‘Wie denk je zelf dat je bent?’
‘Gewoon, Live natuurlijk.’
‘Dat is te simpel. Wie ben je los van je naam?’
‘Ehmm. Ze zeggen dat ik lief en nieuwsgierig ben.’
‘Goed zo. Nog meer?’
‘Ik ben de dochter van mijn vader en moeder en de kleindochter van mijn opa en oma.
Wacht… Nu zie ik een patroon. Al mijn voorouders kwamen elkaar tegen, soms uit liefde, soms toevallig en helaas, soms ook uit dwang. Telkens hebben ze een beetje van zichzelf doorgegeven aan de volgende generatie. Ik ben dus een mengelmoes van eigenschappen van ontmoetingen en draag van al mijn voorouders een stukje in me.’
‘Heel mooi gezegd,’ vindt Beatle. ‘Kun je verder nog iets bedenken?’

Mijmerend peutert ze kleine rafeltjes in de rand van het lelieblad.In de verte klinkt het gezang van een lijster.
‘Een stukje leven?
Een vonkje bewustzijn?
Beatle knikt. ‘Ga door!
’Jeetje, wat doe je lastig! Ik denk dat ik gewoon ben wie ik ben.’
‘Waaw!!! Nu heb je een kern hebt geraakt!’ roept Beatle opgetogen.
‘Hoezo?’
‘Je zegt nu iets waar al eeuwen over na wordt gedacht, terwijl het zo eenvoudig is. Je bent wie je bent. Je BENT.’
‘Eh, ik snap het niet.’
‘Simpel, je bestaat gewoon. De diepste wens van elk levend wezen is om in volledige acceptatie te mogen zijn wie hij is.’
Live zwijgt om alles een beetje tot haar door te kunnen laten dringen.

‘Nu weet ik dus wie ik ben,’ antwoordt ze na een tijdje, ‘maar wie ben jij dan?’
‘Ik ben je naaste.
We zijn totaal verschillend, maar het “zijn” en het verlangen om te “mogen zijn zoals we zijn” delen we allebei, sterker nog, dat geldt voor alle levende wezens en dat maakt dat we elkaars naaste zijn. Onthoud dat je nooit alleen bent, je bent juist een stukje van een heel groot netwerk.’

Live schudt haar hoofd. ‘Dat ben ik niet helemaal met je eens. Sommige mensen doen vreselijke dingen. Ik kan bijna niet geloven dat ook zij mijn naaste zijn.’
Beatles blik staat een beetje verdrietig. ‘Daar heb je gelijk in.Weet je wat het grootste kwaad is dat bestaat?’
‘Nee.’
‘Hebzucht.
Door hebzucht streven mensen naar geld, macht en uiteindelijk naar vernietiging. Soms gebeurt dat uit onwetendheid, soms omdat ze niet gelukkig zijn, soms uit angst, soms door een hersenziekte.
Ze zijn uit het oog verloren waar het werkelijk om draait, maar vergeet niet dat ook zij in alle onschuld zijn geboren met het doel er te mogen “zijn”.
Verbaasd fronst ze haar voorhoofd. ‘Ik heb anders heel veel moeite met dat soort personen en het lukt me niet echt om ook hun als “mens” te kunnen zien!’
‘Dat begrijp ik en niemand zegt dat dat gemakkelijk is.’
‘Mag ik dat dan laten voor wat het is en in het klein beginnen?’
‘Tuurlijk.’
Ze plukt een waterlelie en geeft hem aan Beatle. ‘Dankjewel lieve Beatle dat jij mijn naaste wil zijn.’