Morgen…

Lieve Eef,’
Nee, dat is niet goed. “Lieve Eef” klinkt alsof hij al jaren heel close met haar is.
Hij scheurt het vel papier kapot en pakt een nieuw A4tje uit de printer.

‘Beste Eef,
Jij kent mij niet en ik ken jou niet.
Toch weet ik wie je bent.
Ik ben een van die rot jongens die vannacht je leven kapot heeft gemaakt. Één seconde, langer heeft het niet geduurd. De gevolgen van die ene seconde zullen we altijd bij ons blijven dragen, elk op onze eigen manier.
Hoewel we elkaar nog nooit eerder hebben gezien zijn we ongewild door het lot samen verbonden.

Gisteravond. Het voelt als zo lang geleden. Gisteravond ben ik met Mark en Olie op stap geweest. Eigenlijk heet Olie Olivier, maar iedereen noemt hem Olie, omdat hij altijd overmatig deodorant, aftershave, parfum, gel en bodylotion gebruikt.
We gingen naar een hardstyle party in een oude fabriekshal.
Ben jij ooit op zo’n feestje geweest? Vast niet, daar lijk je me helemaal geen type voor.
In elk geval waren we daar dus.
De dj was vetgoed en de muziek stond kneiterhard, alle ingrediënten voor een perfecte avond.
Olie gooide zijn beste moves in de strijd en had daarmee al snel een dame gescoord. Volgens hem is zijn weekend pas compleet als hij iemand mee naar huis kan nemen. Hij is een echte player en weet op de een of andere manier iedereen in te pakken. Als ik heel eerlijk ben vind ik hem richting een narcist neigen, maar dat heb ik nooit gezegd.
Had ik dat jaren geleden maar gezegd…
Mark stond wat te springen zonder op of om te kijken. Zo is Mark nu eenmaal, hij maakt wat lastiger contact, maar als je hem kent is hij best oké.

Het was warm, iedereen stond dicht op elkaar. De muziek knalde in mijn oren en de tonen zochten zich via mijn zenuwen een weg naar mijn hersenen, om daar mijn stemming nog meer te verbeteren.
Ik voelde me heerlijk in een roes, maar tegelijkertijd ook heel energiek en helder.
Aan het begin van de avond had ik een lijntje gesnoven. Natuurlijk weet ik dat het stom is, maar op dit soort feestjes doet iedereen dat. Je moet wel, anders hou je het niet vol.
Uitgaan is voor mij een soort ontsnapping uit de werkelijkheid. Ik heb niet bepaald de makkelijkste jeugd gehad.
Mijn vader heb ik nooit gekend, mam heeft hem het huis uitgestampt toen ik een half jaar oud was, omdat hij dealde.
Op de basisschool en middelbare school ben ik enorm gepest.
Mijn enige vrienden waren Olie en Mark, die een aantal niveaus lager zaten dan ik.
Olie en Mark hebben hun diploma gehaald en zijn daarna in een magazijn gaan werken.
Ik volg een universitaire opleiding in de filosofie. Waarom filosofie? Geen idee, waarschijnlijk omdat ik continu overal over na loop te denken. Mijn gedachten staan nooit stil. Ik denk en filosofeer over alles wat ik hoor en zie. Vaak is dat zo vermoeiend dat ik aan het einde van de dag helemaal uitgeput ben.
Uitgaan en “iets gebruiken” is zo ver ik weet de enige manier om aan die continue stroom in mijn hoofd te ontsnappen.

Tot vroeg in de morgen zijn we gebleven.
Hoewel Olie amper recht kon lopen was hij onze chauffeur, een chauffeur zonder rijbewijs.
Hij heeft een oude, afgetrapte rode Golf, getuned. Het ding rookt als je te veel toeren maakt, zuipt brandstof en maakt enorm veel lawaai. Hij is er trots op, want het is zijn eigen karretje.
Met veel kabaal startte hij de motor en scheurde met piepende banden weg. Het was duidelijk dat hij niet bepaald capabel meer was om een auto te besturen.

Olie reed hard en lomp. Met een knal vlogen we over een verkeersdrempel. Hij grinnikte om zichzelf.
Toen gebeurde het…
Alles ging zo snel!
Dat geluid, die klap!
Ik zal het van mijn leven niet meer vergeten.
Eerst dacht ik dat we tegen een container aanreden, maar toen ik naar buiten keek zag ik een fiets op de grond liggen!
‘Verdomme!’ vloekte Olie.
Ik opende het portier om uit te stappen, zodat ik kon kijken wat er aan de hand was, maar Olie trapte vol het gaspedaal in.
Bijna werd ik uit de auto geslingerd.
‘Man, wat doe je?’ schreeuwde ik boven het lawaai van de radio uit.
‘Maken dat we hier wegkomen,’ snauwde hij terug.
‘Je moet kijken wat er aan de hand is en hulp inroepen!’
‘Ik dacht het niet! Jij bent knettergek! Als de smerissen ons zo zien draaien we allemaal de bak in!’

Nog nooit heb ik me met mijn twee meter achttien zo klein en nietig gevoeld. Urenlang zat ik met een fleece deken om me heengeslagen in een hoekje van mijn appartement.
Elk moment verwachtte ik de wekker te horen, die me kwam redden uit deze nachtmerrie.
Het gebeurde niet.
Ik raapte al mijn moed bij elkaar, pakte mijn telefoon en ging naar de site van het laatste nieuws. Mijn hart klopte in mijn keel toen de pagina begon te laden.

De werkelijkheid werd keihard bevestigd. Een foto van een plek afgezet met rood-wit lint, een platgereden fiets en heel veel zwaailichten prijkte op het schermpje. De omgeving herkende ik meteen.
Onhoorbaar schreeuwde de kop: “Automobilist doorgereden na aanrijding van fietser. Jonge vrouw overleden op weg naar ziekenhuis.”
Ik scrolde naar beneden, de reacties waren bepaald niet zachtzinnig.
‘Levenslang opsluiten!’
‘Ophangen dat tuig!’
‘Terugsturen naar eigen land!’
Die laatste opmerking klopte niet, wij zijn allemaal Nederlanders en onze ouders ook en ja, ook onze opa’s en oma’s.
Jemig, wat voel ik me slecht en schuldig!
Nee, ik was niet de chauffeur, maar dit had niet hoeven te gebeuren!
Ik ben mede verantwoordelijk!
Ik had verstandiger moeten zijn, er waren genoeg momenten waarop ik in had kunnen grijpen!

Langzaam las ik de rest van de reacties.
Eentje sprong eruit. “Lieve Eef, hier zijn geen woorden voor. We gaan je allemaal missen. xxx Maud, je BFFje # Eef Ramakers”

Die zin had mijn nieuwsgierigheid geprikkeld.
Misschien vind je het inbreuk op je privacy dat ik dit heb gedaan, maar ik heb je naam ingetoetst bij Facebook. Al snel had ik je gevonden.
Een profielfoto met een vrolijke, lachende meid siert de bovenkant.
Na een eindeloze reeks condoleances zag ik wat voor een mooi leven jij gehad moet hebben.
Eef die met een paar vrienden een drankje doet in een café, Eef op de schaatsbaan, Eef die op het punt staat een parachutesprong te maken, Eef die afstudeert, met een trotse vader en moeder langs zich…
Stop!
Ik had genoeg gezien!
Ik kon er niet meer tegen, alles was bij jou zo perfect, tot wij die ene seconde in je leven kwamen.

Wat er is gebeurd kan niet worden teruggedraaid, helaas bestaat er niet zoiets als een tijdmachine. Vannacht is het verleden. Morgen is de toekomst. Ik beloof je dat ik nooit meer alcohol zal drinken, nooit meer drugs zal gebruiken en morgen, morgen ga ik naar de politie, dan lap ik er iedereen bij.
Die tent waar we op stap zijn geweest, omdat het feest illegaal was.
Olie, vanwege zijn jarenlange, onverantwoorde gedrag.
Mark, omdat hij overal het allemaal wel stoer vond en overal in meeging.
Mezelf, omdat ik al die tijd stilzwijgend heb toegekeken.
Voor mijn gevoel ben ik dit aan jou verlicht. Hopelijk vindt jouw familie hierdoor een stukje rust en kan het helpen bij de verwerking. Echt waar, morgen ga ik…

Beste Eef, het ga je goed.

Groetjes, Daan.’

Er staat een flinke storm en het miezert een beetje.
Met vijf volgeschreven A4tjes staat Daan midden in een weiland.
Eén voor één vouwt hij ze tot vliegtuigjes.
Het eerste vliegtuigje laat hij los, daarna een volgende en een volgende…
De wind draagt de papiertjes mee omhoog, tot ver boven de wolken.
Hij staart ernaar tot hij ze niet meer kan zien.
Heel lichtjes verschijnt tussen de wolken een regenboog.
‘Dit is voor jou, Eef. ‘ fluistert Daan. ‘Morgen ga ik rechtzetten wat er nog recht gezet kan worden. Beloofd. Morgen…’